Auteursarchief: Selma Hoste

Tien jaar

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat mijn vader overleed. Het is raar hoe de tijd met je gedachten speelt, want het is bizar lang geleden, maar voelt ook nog maar zo kort. De gebeurtenissen rondom zijn overlijden zitten als foto’s en films in mijn hoofd.

Ik keek vanmorgen naar de tekening die van hem gemaakt is, en zag dat het bijna 50 jaar geleden was, dat wij voor het eerst in Parijs waren. Lees verder

De rode tas

Gelukkig, Erik is er nog niet. Snel gaat Sonja op de bank op het dorpsplein zitten, de zware rode tas zet ze tussen haar voeten. Ze zucht eens diep en houdt de hengsels van de tas stevig vast. Oké, rustig worden. Niet laten merken dat ze zenuwachtig is voor deze ontmoeting. Ze sluit haar ogen en net op het moment dat ze de ontspanning over zich heen voelt komen, schrikt ze op van zijn stem: ‘Hé Son, je bent vroeg. Fijn om je te zien.’
Sonja doet haar ogen open en knikt naar hem. Lees verder

Oud en Nieuw

Met de Top 2000 aan en een versgebakken oliebol van bakker Fijn op een schoteltje naast me, mijmer ik even terug naar vroeger.
Oudejaarsdag bij ons thuis. Als ik, nèt wakker, de huiskamer inliep, stonden daar drie houten kinderstoeltjes voor de gashaard. Op de stoeltjes stonden de grootste pannen die mijn moeder had – en geloof me die waren echt enorm – elk met een theedoek erover. Lees verder

Het laatste kerstboompje

Het was de ochtend voor kerst. Jan de kerstbomenman wreef tevreden in zijn handen. Bijna alle bomen waren verkocht, nog zo’n tien stonden er binnen de hekken.
‘Zo!’ mompelde Jan. ‘Die verkoop ik vast nog wel, vandaag.’
Hij zette de bomen nog wat beter neer en de mooiste moest vooraan. Eén klein scheef boompje zette hij tegen het hek.
‘Het zal me benieuwen of ik jou ook nog verkoop. Zelden zo’n raar boompje gezien. ’t Is dat ik je voor niks mee kreeg, want wie wil er nu een scheve boom met twee toppen?’ Lees verder

Liefde in een doosje

De ringen schuif ik aan mijn wijsvinger, ze zijn niet zwaar en nog warm van mijn moeders hand. Ik heb ze net van mijn moeders ringvinger gehaald: haar trouwring en de ring met de kleine blauwe steen, die ze boven haar trouwring droeg. Mijn moeder is de laatste jaren flink afgevallen. Haar trouwring zat zo los dat die soms afging, vandaar die andere ring erboven. Lees verder

En nu lust ik wel een advocaatje!

93 is ze geworden vandaag, mijn moedertje. Samen met onze jongste ga ik bij haar op bezoek. Grote bos bloemen bij ons, want wat moet je een 93-jarige nog geven? Meestal heb ik met de kerst mijn ideeën al in cadeaus omgezet en wordt het een plant of, zoals vandaag, een flinke bos bloemen.
Ze zit te stralen in haar stoel.
‘Het gebeurt niet elke dag dat je honderd wordt,’ zegt ze.
‘Nee, dat klopt,’ zeg ik. ‘Maar het duurt nog een paar jaar voor je echt honderd bent.’ Lees verder

Geen uitweg

“Mag ik echt niet meer autorijden? Ook geen korte stukjes?” Als een kleine jongen, van wie zojuist zijn mooiste speelgoed is afgepakt, staat mijn vader voor de geriater. Testjes wijzen uit dat de alzheimer verder bezit van hem heeft genomen. Autorijden is niet meer verantwoord. Ik kan een rijtest bij het CBR aanvragen, maar dat wil ik niet. Lees verder

Toeval bestaat niet

Het is een geluk dat Yvonne, op weg naar de trein, opeens het schoentje ziet liggen. Terwijl ze bedenkt of ze nog wel tijd heeft, knijpen haar handen al in de handremmen en springt ze van haar fiets. Yvonne buigt zich voorover en pakt het blauwe schoentje. Ze kijkt om zich heen of ze iemand met een klein kind ziet. Daar, net voorbij het station loopt een Lees verder