Het halfjaarlijkse bezoekje aan de tandarts

  • Gepubliceerd op 8 februari 2015 om 17:09

Ik zit op het oranje stoeltje in de wachtkamer en blader door een vakantietijdschrift over Italië. Het is weer mijn halfjaarlijks bezoekje aan de tandarts. Niets waar ik zo tegenop zie als de komende 10 minuten. Ik hoor de stem van de tandarts en dan het gebrom van de boor. De rillingen lopen over mijn rug.

Even later gaat de deur van de spreekkamer open. De patiënt voor mij komt naar buiten, pakt zijn jas, zegt met een brede glimlach “fijne dag” tegen me en loopt naar buiten. De bofkont, hij heeft het al gehad.

De deur gaat weer open en de tandarts staat in de opening: “Mevrouw Hoste, komt u verder.” Ik geef hem een hand en ga in de stoel zitten. Nu heb ik een hele fijne tandarts, een geduldige man, die erg aardig is en altijd belangstellend vraagt naar ons gezin. Maar hij heeft één onhebbelijkheid. Terwijl ik in de stoel lig, met mijn mond open en hij met haakjes, boren en afzuigers tussen mijn tanden werkt, is hij altijd aan het praten. En ik wil graag meepraten, maar dat gaat niet.

Met een armbeweging naar de ramen, praat hij over het weer dat zo vreselijk is. “Wat een regen en een wind, he? De hond had er ook al geen zin in, we waren zo weer terug.”
De laatste keer waren er graafwerkzaamheden vlakbij zijn huis: “Nee toch, aan het graven? Als ze maar niet de telefoonkabel raken. Laatst waren we 2 dagen niet bereikbaar en mensen snappen niet dat je er niets aan kan doen. Ze hadden de verkeerde knop omgedraaid in het verdeelstation. Maar het duurt dagen voordat die knop weer is teruggedraaid.”
Ik wil meepraten, maar dat gaat lastig, met die werktuigen in mijn mond. Knikken gaat ook niet, ik kan alleen maar luisteren en niet antwoorden.

Na een paar minuten is de tandarts klaar en kan ik een nieuwe afspraak maken voor over een half jaar. Ik pak mijn jas, loop naar buiten en met een glimlach om mijn mond wens ik de volgende klant een fijne dag. Heerlijk, ik mag weer een half jaar wegblijven. Toch blijft dit gevoel nooit lang hangen. Er is altijd een stemmetje in mijn hoofd die de datum van de volgende afspraak fluistert. Mijn moeder zei het vroeger al: de mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest. Ik denk dat deze wijsheid speciaal opgaat voor de halfjaarlijkse tandartscontrole.

Deze column is op 6 februari 2015 verschenen op www.inBoskoop.nl

11 Reacties op Het halfjaarlijkse bezoekje aan de tandarts

  1. Mendeszoon schreef:

    Haha heel herkenbaar! Ik ben ook altijd ZO blij als ik er voorloping vanaf ben 😀 Heerlijk!

  2. GewoonHiltje schreef:

    Herkenbaar voor velen, zo lastig als je niet kunt reageren als de tandarts aan het vertellen is.
    Ik heb er ook een keer een blog over geschreven maar zo leuk voor mij om het eens van een ander te lezen en meemaken want nu nam jij mij mee naar jouw tandarts 🙂
    Mooi gezegde van jouw moeder, ik kende het niet maar denk dat ze wel gelijk heeft.
    Over een half jaartje weer Selma en denk bij voorbaat maar aan je moeders gezegde want grote kans dat het weer alleen een controle is.

    • Selma Hoste schreef:

      Dat half jaartje is altijd veel te snel voorbij. Die uitspraak van mijn moeder kwam heel vaak langs. Grappig dat je m niet kende.

      • Dick Bär schreef:

        ==Selma en GewoonHiltje: De meeste blogs, zoals ook deze, zijn zomaar toegankelijk; ik vind het leuk om daar te hooi en te gras gebruik van te maken door in te haken op wat een lezer zegt. Aldus ben ik nu brutaal genoeg om in te gaan op wat ik lees, namelijk dat Hiltje het door Selma aangehaalde gezegde niet kent. Graag wil ik die regel completeren met de rest van het versje:

        Een mens lijdt dikwijls het meest
        Door het lijden dat hij vreest
        Doch dat zelden op komt dagen.
        En kómt het ooit in huis
        Dan helpt God altijd mee
        En geeft hij Kracht naar Kruis.

        Ik ben niet gelovig, maar kan me wel de troost indenken die mijn gelovige grootmoeder en moeder er in vonden.

        Hartelijk gegroet.

        • Selma Hoste schreef:

          Dank je wel, Dick. Ik kende de helft van het versje. Leuk om het nu helemaal te lezen.

        • GewoonHiltje schreef:

          Ontzettend leuk de reactie van Dick en om het hele versje te lezen 🙂

          • Dick Bär schreef:

            Doel bereikt! Nu maar verder neuzen of ik nog meer zakjes vind waar ik in een duit in kan gooien. – Die uitdrukking doet me denken aan het jongetje in de kerk, dat na het passeren van de collectezak tegen zijn moeder fluistert: “Ik heb een knoop gevonden. Wat heb jij eruit gehaald mammie?.- -:)

  3. thijs hoste schreef:

    Ik las ut weer met veel plezier. En ik ben ook niet zo gek op monologen. Jouw tandarts schept waarschijnlijk op bij zijn golfclub , dat als hij aan het woord is, zijn gehoor altijd met open mond luistert naar zijn boeiende verhalen.

  4. Ellie Schmitz schreef:

    Oh Selma, zo herkenbaar….ik ben ook altijd zó blij als mijn bezoekje aan de tandarts voorbij is en ik de mensen in de wachtkamer met een blij gezicht gedag kan zeggen…mijn nieuwe afspraak lijkt dan zó ver weg…maar niets is minder waar…een half jaar is zo voorbij en hup zit ik weer in het bruine stoeltje bij de tandarts…leuk geschreven!

Geef een reactie